Vormen in de ruimte

U bevindt zich hier : Home >Spiritizers >Vormen in de ruimte

Vormen in de ruimte

Doel: concentratie, samenwerking

Dit is een oefening in het communiceren zonder woorden. De kinderen lopen door elkaar in de ruimte zonder iets te zeggen. Als jij in de handen klapt staat iedereen stil. Je noemt een vorm die de kinderen vervolgens in kleinere groepen of met de hele groep in stilte vormen.

Vormen:  een driehoek, een hart, een vraagteken, een uitroepteken, de v van vrede, andere letters, een zon, de aarde, en verzin er samen nog maar meer!

Eigenschappen vinden

Doel: jezelf en anderen leren kennen

Nodig: blanco A-4 voor iedere leerling

Zorg voor een rustige, stille sfeer in de groep. Deel blaadjes uit, en benadruk dat dit waardevol is en laat de leerlingen er zuinig op zijn. Laat de leerlingen de eigen naam met hun mooiste stift, pen of potlood zo mooi mogelijk bovenaan schrijven.

Noem een goede eigenschap (leg uit indien nodig) en laat die onder elkaar op het papier schrijven. Nog steeds in hun mooiste handschrift. Noem het rijtje nog een keer hardop als alle woorden er staan.

Laat de leerlingen achter het woord de naam van een klasgenoot schrijven die daar goed in is.

Laat de leerlingen tenslotte achter de eigenschap waar ze zelf het meest blij mee zijn hun eigen naam opschrijven. Bewaar het blaadje in het portfolio van ieder kind.

Eigenschappen:

  • vriendelijk (aardig)
  • geduldig
  • volhardend (volhouden of doorzetten)
  • creatief (goed in dingen verzinnen of maken)
  • sociaal (rekening houden met, denken aan anderen)
  • relaxed (ontspannen)
  • meedogend (van ‘mededogen’, oog hebben voor mensen en dieren, vooral mensen en dieren die het moeilijk hebben)
  • handig
  • muzikaal
  • rustig
  • snel
  • slim
  • sportief (leg ook uit dat dit meerdere betekenissen heeft: goed zijn in sport, tegen je verlies kunnen én ‘fair play’)

Extra:
Noem bovenstaande woorden een voor een. Wie vindt dat hij er goed in is gaat staan, wie het graag beter wil leren gaat half staan.

Maak duidelijk dat de ene eigenschap niet beter is dan de andere: niet iedereen is hetzelfde, gelukkig maar. Als de sfeer in de klas veilig genoeg is kun je aan de klas vragen: klopt dit, wie zou nog meer moeten gaan staan, of juist gaan zitten? Dit kan uitlopen in een gesprek over de eigenschappen van iedere leerling en zelfkennis (en elkaar kennen) als waardevol element voor ‘samen een groep zijn’.