Game of bowls - Henri Matisse
Beeldmeditatie bij ‘Game of bowls’ van Henri Matisse
Doel: verbeelding
Nodig: kopie van de afbeelding op de binnenkant van de omslag voor elke leerling, of projecteer hem op het digibord (www.kleuropschool.nl) • gekleurd A3-papier • schaar • lijm
1 Introductie
Deel de afbeelding uit of projecteer hem. Zorg voor een rustige sfeer door aandacht en ontspanning te stimuleren.
2 Waarnemen
Zonder de titel van het schilderij te noemen, onderzoeken de leerlingen het in stilte.
Kijk rustig en in stilte naar de afbeelding. (…) Wat valt je op? Waar wordt je aandacht als eerste naartoe getrokken? Hoeveel mensen zie je? Hoe oud zouden ze zijn? Wat doen ze? Herken je het spel? Is het binnen of buiten? Wat voor weer is het? Wat voor geluid zou er klinken? (…) Welke kleuren zie je? Welke vormen? Wat voor gevoel krijg je ervan? Wat vind je mooi, lelijk, gek, bijzonder?
3 Verbeelden
Stel je voor dat dit plaatje echt wordt. Je staat ervoor, je kunt er zo instappen. Wat zou je eraan willen veranderen, zodat je zin krijgt om mee te doen? Wat zou je willen veranderen aan de jongens? Aan het spel? Aan de omgeving? Wanneer word je er blij van? Wanneer voel jij je uitgenodigd en vrij om mee te spelen?
4 Creatief
Laat de leerlingen van dit schilderij een vrolijke afbeelding maken over samen leven en samen spelen. Geef ieder kind (of per tweetal) een A3-vel. Ze mogen knippen, kleuren en plakken. Stimuleer de creativiteit: de ledematen kunnen losgeknipt worden, zodat er een dans ontstaat in plaats van een jeu de boulesspel. De jongens kunnen andere kleding of een andere gezichtsuitdrukking krijgen. Of maken de leerlingen er meisjes van? Voegen ze meer kinderen toe? Als deze opdracht in tweetallen wordt uitgevoerd, zijn er al zes personen die samen kunnen spelen, dansen, lachen… Probeer de horizon op alle vellen gelijk te laten lopen: dan kunnen alle afbeeldingen naast elkaar opgehangen worden en een grote groep (samenleving of –speling) vormen.
Deze afbeelding kan ook aanleiding zijn tot een gesprek over bloot zijn. Wanneer is dat gek, wanneer is het gewoon, wanneer vind je het prettig? Wanneer voel je je vrij om bloot te zijn, en wanneer niet? Wat zeggen de verschillende geloven daarover? Hoe ga je om met je eigen grenzen over wat je netjes, of plezierig vindt? Hoe gaan anderen daarmee om? Hoe kun je aangeven als je iets niet of wel wilt? Geef de ruimte en het vertrouwen om het over veiligheid en grenzen te hebben, over seksualiteit, ongewenste intimiteiten en misbruik.

