De uitleg van dromen - René Magritte
Beeldmeditatie bij ‘De uitleg van dromen’ van René Magritte
Doel: verbeelding
Nodig: kopie van de afbeelding op de binnenkant van het omslag voor elke leerling, of projecteer de afbeelding op het digibord (www.kleuropschool.nl) • A3-papier voor elke leerling • (kleur)potloden en stiften • plaatjes of foto's van voorwerpen • lijm
1 Introductie
Deel de afbeelding uit of projecteer hem. Zorg voor een rustige sfeer.
2 Waarnemen
De leerlingen onderzoeken het schilderij in stilte. Vertel niet hoe het schilderij heet.
Kijk rustig naar de afbeelding. (…) Wat valt je op? Waar wordt je aandacht als eerste naar toe getrokken? Welke voorwerpen zie je op het schilderij? (...) We beginnen linksboven. Daar staat een ei, met daaronder 'de acacia'; dat is een wilde doornstruik. Daarnaast staat een schoen, met 'de maan' eronder. Daaronder een kaarsje met 'het plafond'. Daarnaast een bolhoed met 'de sneeuw'. Onder de bolhoed een leeg glas, met 'de onweersbui'. En daarnaast tot slot een hamer, met de tekst 'de woestijn' eronder.
3 Verbeelden
Stel je voor dat dit plaatje een echte kast is. Haal een van de voorwerpen eruit. Wat zou je ermee willen doen? Zet het maar weer terug. Kijk nu naar de woorden die onder de voorwerpen staan. Wat hebben de woorden te maken met de voorwerpen? Het ei en de acacia; (...) de schoen en de maan; (...) de bolhoed en de sneeuw; (...) de kaars en het plafond; (...) het glas en de onweersbui; (...) de hamer en de woestijn?
De leerlingen vertellen hun associaties aan elkaar. Geef voorbeelden als dat moeilijk is: een bolhoed draag je als het sneeuwt; een ei is helemaal glad, een acacia is een doornige struik; de kaars veroorzaakt een zwarte vlek van roet op het plafond; een storm in een glas water...
4 Creatief
De leerlingen tekenen een kast met zes vakjes op een A3-vel. Zij kunnen dit individueel doen, in tweetallen of in een groepje. Ze tekenen zes voorwerpen in de kast. Ze mogen ook plaatjes of foto's in de vakjes plakken. Ze kiezen zelf welke voorwerpen ze in de kast zetten. Onder elk voorwerp schrijven ze een woord dat op het eerste gezicht niets te maken heeft met het voorwerp. Laat een paar nieuwe schilderijen aan de groep zien. Herhaal eventueel de oefening 'waarnemen' of 'verbeelden'. Tot slot kiest de groep samen welke afbeeldingen in de groepskast komen. Hang hem in de klas op.

